kunt u deze e-mail nieuwsbrief niet goed lezen klik dan hier.

 

nummer 
 

04


jaar 2010
 
 

 

 

 

Nieuwsloket

                          

           eenvoudiger kunnen wij het niet maken


nieuws
 over personeel
en
salaris

Dit is een uitgave van:

 

 

         Mijneenloket.nl

 

                      Postbus 3708
                      6014 ZG  Ittervoort

In dit nummer:
 
 >  CAO loonsverhogingen  

 >  Minimumlonen per 1 januari 2011 hoger

 >  Netto lonen en kosten werkgever 2011 omhoog

 >  Belastingplan 2011

 >  Werknmer op oproep. Wat is mogelijk?

 >  Bedrijfsongeval? 

 >  Identificatie werknemers   

 

CAO loonsverhogingen

 

Voor een aantal CAO's geldt dat per 1 juli 2010 een salarisverhoging gehanteerd moet worden. Het betreft:

- CAO Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg: per 01-12-2010 0,6% eenmalige uitkering.

- CAO Dierhouderij: per 1 januari 2011 2% loonsverhoging.

- CAO Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg: per 01-01-2011 0,75% loonsverhoging.

- CAO Kappers: per 1 januari 2011 1% loonsverhoging.

- CAO Schoonmaak en glazenwassersbedrijf: per 1 januari 2011 1% loonsverhoging.

- CAO Uitzendwezen: per 3 januari 2011 0,5% loonsverhoging.

- CAO (metaal en techniek) Carosserie: per 1 februari 2011 1,5% loonsverhoging.

- CAO (metaal en techniek) Motorvoertuigen: per 1 februari 2011 1,2% loonsverhoging.

 

 

Note: wij zullen dit via Mijneenloket.nl in de gaten houden.

Minimumlonen per 1 januari 2011 hoger

 

De brutobedragen van het wettelijk minimumloon en het minimumjeugdloon stijgen per 1 januari 2011 met 0,59%.

 

Het wettelijk brutominimumloon (WML) voor werknemers van 23 jaar en ouder bij een volledig dienstverband per 1 januari  2011:

  • € 1.424,40 per maand
  • € 328,70 per week
  • € 65,74 per dag


 
Wettelijk bruto minimumloon en minimumjeugdloon per 1 januari 2010 (in euro's)

 

Leeftijd

% van het
minimumloon

Per maand

Per week

Per dag

23 jaar en ouder

100

1.424,40

328,70

65,74

22 jaar

85

1.210,74

279,40

55,88

21 jaar

72,5

1032,69

238,31

47,66

20 jaar

61,5

876,01

202,15

40,43

19 jaar

52,5

747,81

172,57

34,51

18 jaar

45,5

648,10

149,56

29,91

17 jaar

39,5

562,64

129,84

25,97

16 jaar

34,5

491,42

113,40

22,68

15 jaar

30

427,32

98,61

19,72

 


 

Uitkeringen als de AOW, ANW, WW, WIA, WAO en Wajong gaan vanaf 1 januari 2011 ook omhoog. De verhogingen worden doorgevoerd omdat de uitkeringen zijn gekoppeld aan het wettelijk minimumloon (WML).


 

Netto lonen en kosten werkgever 2011 omhoog


Volgend jaar houden werknemers in Nederland netto meer over van hun loon omdat ze minder belasting hoeven te betalen dan in 2010.


 

Maar voor de werkgevers gaan de loonkosten omhoog. Dat komt onder meer door de stijgende kosten van de zorgpremie.  Dat blijkt uit berekeningen van salarisverwerker ADP die maandelijks het loonstrookje van 1,4 miljoen Nederlanders verzorgt.

 
Nettoloon omhoog
Afhankelijk van het salaris houden werknemers netto tussen de 5,83 euro en 15,45 euro meer per maand over. Mensen met lagere inkomens gaan er procentueel het meeste op vooruit. Zo houdt iemand met een bruto-inkomen van rond de 1500 euro volgend jaar per maand 11,34 euro (0,91 procent) meer over dan in 2010. Mensen met een modaal inkomen (2564 euro per maand) krijgen netto 9,34 euro ofwel 0,52 procent meer. Twee keer modaal gaat er 15,45 euro op vooruit, oftewel 0,48 procent.

 
Premie zorgverzekering omhoog
Maar het betekent niet dat ook de koopkracht toeneemt. Want de premie voor de
zorgverzekering gaat volgend jaar gemiddeld met 11 euro per maand omhoog. Ook stijgen in veel plaatsen de gemeentelijke lasten en moeten ouders meer betalen voor kinderopvang.


Stijgende zorgkosten 
De stijgende zorgkosten raken ook de werkgevers. Zij komen volgend jaar voor hogere loonkosten te staan. Niet alleen de vaste premie die mensen rechtstreeks aan de verzekeraar betalen gaat omhoog, maar ook de inkomensafhankelijke premie stijgt. Werknemers betalen die via het loon, maar wettelijk is geregeld dat werkgevers dit bedrag vergoeden. Zij kunnen dit wel weer van de belasting aftrekken, maar per saldo leidt het wel tot hogere lasten voor de werkgever.


Sectorpremie omhoog 
Ook
de sectorpremie die werkgevers betalen om werkloosheidsuitkeringen mede te financieren gaat omhoog. De premie en ook de stijging verschilt per sector. Zo moeten stukadoorsbedrijven straks 2,48 procent betalen in plaats van 0,96 procent en in een deel van de zakelijke dienstverlening gaat de premie omhoog van 1,43 procent naar 2,36 procent. Voor een werkgever in die sector met 25 werknemers die allemaal een loon van 50.000 euro verdienen, betekent dat een kostenstijging van bijna 12.000 euro.


Bijdrage arbeidsongeschiktheidsfonds omlaag 
Daar staat tegenover dat de werkgevers in 2011 minder hoeven bij te dragen aan het
arbeidsongeschiktheidsfonds. Maar per saldo stijgen de werkgeverslasten fors, aldus ADP.

 
Minder belasting
De nettolonen stijgen doordat werknemers minder belasting hoeven te betalen. Het tarief in de eerste schijf gaat met 0,45 procent naar beneden. Daardoor betaalt iedereen iets minder. Ook gaat de arbeidskorting omhoog en ook dat betekent dat er van het bruto-salaris meer overblijft. ,,Maar de gemiddelde stijging van circa elf euro in de premie voor de zorgverzekering zorgt ervoor dat de vooruitgang op het loonstrookje door belastingverlaging betrekkelijk blijft''

 

Note: wij zullen de cijfers voor 2011 natuurlijk automatisch implementeren.

Belastingplan 2011


 

De belangrijkste maatregelen uit het Belastingplan zijn:

  • De vennootschapsbelasting (Vpb) wordt met een half procent verlaagd tot 25%. Het 'MKB-tarief' in de Vpb wordt definitief op 20% gesteld;
  • Verruiming van de fiscale stimuleringsregeling voor speur- en ontwikkelingswerk (WBSO) en uitbreiding van de innovatiebox;  
  • In de strijd tegen zwartsparen krijgt de Belastingdienst meer mogelijkheden om geautomatiseerd gegevens uit te wisselen met andere landen;  
  • Met aanvullende wetgeving wordt voorkomen dat investeerders en ondernemers via gekunstelde constructies de vennootschapsbelasting en overdrachtsbelasting ontlopen;  
  • Ter stimulering van de woningmarkt geldt voor arbeidskosten bij renovatie tijdelijk (tot 1 juli 2011) het lage btw-tarief van 6%.

 

 

Kleine banenregeling ook in 2011

Werkgevers hoeven ook in 2011 geen premies te betalen voor werknemers tot 23 jaar die minder dan de helft van het minimumloon verdienen. De ministerraad heeft hiermee ingestemd.
De jongeren hoeven door de regeling geen inkomensafhankelijke bijdrage voor de zorgverzekeringswet te betalen. Voor werkgevers betekent de regeling een lastenverlichting in de loonkosten.
Uit onderzoek blijkt dat de regeling positief is voor de werkgelegenheid in sectoren waarin veel jongeren een kleine baan hebben.

 

Werkkostenregeling van start in 2011

Werkgevers kunnen tussen 2011 en 2013 kiezen of zij de werkkostenregeling gaan toepassen. wij komen hier in een apart stuk op terug.

 

Uitvraag over jaarloongegevens met 1 jaar verlengd

Werkgevers kunnen het verzoek krijgen om extra jaarloongegevens aan te leveren. Dit komt omdat de belastingdienst verzoeken krijgen van andere afnemers om gegevens op te leveren. Indien dit zo is kunt dit verzoek bij ons neerleggen. wij verzorgen dit dan voor u. uiteraard doen wij in januari 2011 de jaaropgaven naar de belastingdienst over het jaar 2010.

 

Uniforme premie WAO vervalt

De uniforme premie WAO vervalt per 2011. Hierdoor ook het eigen riscodragersschap voor de WAO.

 

Belastingschijven 2011

1e schijf wordt 33,00% tot € 18.628,00

2e schijf wordt 41,95% tot € 33.436,00

3e schijf wordt 42,00% tot € 55.694,00

4e schijf wordt 52,00%

 

Algemene heffingskorting wordt € 1987,00

Arbeidskorting (lage inkomens) wordt € 1574,00

Arbeidskorting (hoge inkomens) wordt € 1497,00

Jonggehandicaptenkorting wordt € 696,00

Levensloopkorting wordt € 201,00

Ouderenkorting wordt € 780,00

 

Werknemer op oproep. Wat is mogelijk?


 

 

In onzekere economische tijden kan het handig zijn met een nieuwe werknemer af te spreken dat hij pas komt als hij wordt opgeroepen.

 

Is er weinig werk voor handen, dan komt de oproepkracht maar af en toe een paar uur per week. Is er meer werk te doen, dan kan hij hele dagen komen. De werkgever betaalt deze flexwerker alleen voor de uren die hij werkt.
 

Een oproepkracht heeft geen vast maandloon. Wel zijn er in de wet bepaalde regels vastgelegd over de rechten van deze zogenoemde flexwerkers. Afhankelijk van het soort arbeidsovereenkomst dat de werknemer heeft gelden bepaalde regels. Het is verstandig de afspraken schriftelijk vast te leggen. De flexibele arbeidsovereenkomsten die in dit artikel aan de orde komen zijn het oproepcontract met voorovereenkomst, het nul-urencontract en het min-maxcontract.

 

Voorovereenkomst

Voor het oproepcontract met voorovereenkomst geldt dat als de werkgever de werknemer oproept, de laatste zelf mag beslissen of hij komt werken. Voor elke periode waarin de oproepkracht werkt wordt een nieuw tijdelijk arbeidscontract opgesteld. Na afloop van het arbeidscontract hoeft de werkgever geen loon door te betalen. Hij betaalt dus alleen loon voor de uren die de oproepkracht werkt. Let echter op, als er vier opeenvolgende contracten zijn gesloten bij dezelfde werkgever kan er een vast dienstverband ontstaan. Het ligt er hierbij aan hoe lang de periode is tussen de opeenvolgende contracten (korter of langer dan drie maanden). Als er een vast dienstverband ontstaat, moet de werkgever het loon doorbetalen dat voor het vierde contract is afgesproken. Dit geldt ook als de werkgever geen of minder werk voor de werknemer heeft. Als er een cao is, kan daarin een andere regeling zijn getroffen.

 

Nul-urencontract

Voor een arbeidscontract zonder urengarantie geldt dat de werknemer aan het werk moet als hij wordt opgeroepen. De werknemer heeft een vast dienstverband, maar er is geen afspraak over het aantal uren dat hij werkt. De werkgever betaalt deze flexwerker alleen loon voor de uren die de oproepkracht werkt. Let erop dat deze afspraak op papier moet staan. De nul-urenafspraak geldt alleen voor de eerste zes maanden van de arbeidsrelatie. Daarna moet de werkgever loon doorbetalen, ook als hij minder of geen werk voor de oproepkracht heeft. Hoeveel loon hij dan doorbetaalt hangt af van het aantal uren dat de oproepkracht gemiddeld heeft gewerkt in de laatste drie maanden. Wel kan er een cao van toepassing zijn waarin een regeling is vastgelegd waardoor de periode van zes maanden wordt verlengd.

 

Min-maxcontract

Voor een arbeidscontract met urengarantie geldt dat de werknemer een doorlopend arbeidscontract heeft. Per week, maand of jaar spreekt de werkgever een minimumaantal uren af (de garantie-uren). Daarbovenop kan hij afspreken voor hoeveel uur de werknemer maximaal oproepbaar is.
Voor de garantie-uren betaalt de werkgever de werknemer altijd uit, ook als hij niet in deze uren heeft gewerkt. De werknemer is verplicht te werken tot het afgesproken maximumaantal oproepbare uren en de werkgever betaalt loon voor het totaalaantal uren dat de werknemer heeft gewerkt. Let op, als de werknemer voortdurend meer uren werkt dan de garantie-uren, kan dit betekenen dat de garantie-uren van zijn oproepcontract moeten worden verhoogd. Hierbij is bepalend hoeveel uren de werknemer gemiddeld in de afgelopen drie maanden heeft gewerkt.

 

Voorbeeld

Astrid heeft een min-maxcontract waarin de werkgever haar twintig uur per week garandeert. De afgelopen drie maanden heeft zij echter elke week dertig uur gewerkt. Zij kan nu eisen dat haar werkgever de gegarandeerde uren in haar contract verhoogt naar dertig uur per week.

 

Minimale loon

In het Burgerlijk Wetboek staat dat de werkgever voor elke keer dat hij de werknemer oproept minimaal drie uur loon moet uitbetalen. Dus ook als hij de werknemer maar voor één of twee uur heeft opgeroepen.

Deze regel geldt als er wordt voldaan aan een van de volgende voorwaarden:
• de oproepkracht heeft een contract voor minder dan vijftien uur per week en er is geen afspraak over de werktijden;
• de oproepkracht heeft geen vaste afspraak over het aantal uren dat hij werkt (bijvoorbeeld bij een nul-urencontract).

Als een werkgever een werknemer wil inschakelen of oproepen voor perioden die korter zijn dan drie uur per oproep, is het raadzaam om ofwel de tijdstippen waarop hij moet werken duidelijk vast te leggen ofwel het aantal uren van het arbeidscontract duidelijk vast te leggen.

 

Vast dienstverband

Een belangrijk aandachtspunt is dat de oproepovereenkomst kan overgaan in een vast dienstverband als er een vast arbeidspatroon ontstaat. Vaak is het juist zo dat de werkgever een oproepovereenkomst aangaat om flexibel gebruik te kunnen maken van zijn werknemers. Op een vast contract zit de werkgever dan niet te wachten. Als de werknemer drie maanden lang elke week of minimaal twintig uur per maand werkt, ontstaat er een zogenoemd ‘rechtsvermoeden’ van een arbeidsovereenkomst. Dit betekent dat de werknemer een vast dienstverband bij de werkgever kan afdwingen. De werkgever moet aantonen dat het rechtsvermoeden niet juist is door te bewijzen dat het gaat om tijdelijk meerwerk. Dit kan bijvoorbeeld aan de hand van schriftelijke afspraken of een dienstrooster. Als werkgever en werknemer er samen niet uitkomen, beslist de rechter.

 

Advies

Het sluiten van een oproepcontract kan heel aantrekkelijk zijn voor de werkgever. Hij hoeft de werknemer immers alleen loon te betalen over de daadwerkelijk gewerkte uren. Hij is flexibel, maar moet hierbij wel letten op de voorwaarden. Zo moet hij een werknemer in sommige gevallen per oproep minimaal drie uur loon uitbetalen. Is er drie keer achter elkaar een nieuw oproepcontract aangegaan, dan zal de oproepkracht bij het vierde contract in een vast dienstverband staan en dat is wellicht nu net wat de werkgever niet wilde.


 


Note: wij zullen u binnenkort informeren over de mogelijkheden hiervoor via het EBL-portaal.

Bedrijfsongeval?


 

 

Welke verplichtingen hebben wij als bij ons op de werkvloer een werknemer een bedrijfsongeval krijgt, behalve – uiteraard – zorg verlenen?


 

Werkgevers zijn op grond van de Arbeidsomstandighedenwet verplicht meldingsplichtige arbeidsongevallen direct telefonisch aan de Arbeidsinspectie te melden. Arbeidsongevallen kunt u (ook buiten kantoortijden) het snelst melden via telefoonnummer 0800–270 00 00 (gratis). Ook kunt u het digitale formulier gebruiken dat is te vinden op de website van de Arbeidsinspectie. In dat geval ontvangt u een ontvangstbevestiging per e-mail. Doorgaans zal de inspectie zo snel mogelijk na de melding een onderzoek instellen. De inspecteur moet de situatie ter plaatse kunnen beoordelen. Het is daarom belangrijk dat u zo min mogelijk wijzigt aan de ongevalsituatie.
 

Arbeidsongeval
Er is sprake van een meldingsplichtig arbeidsongeval als het slachtoffer blijvend letsel oploopt, in een ziekenhuis moet worden opgenomen of overlijdt. Onder blijvend letsel wordt onder meer verstaan amputatie, blindheid of langdurig – chronische – lichamelijke of traumatische klachten. Onder ziekenhuisopname wordt verstaan dat een slachtoffer ook daadwerkelijk in een ziekenhuis is opgenomen. Een poliklinische behandeling is geen ziekenhuisopname. Als een werkgever een meldingsplichtig ongeval niet direct meldt, kan hij een boete krijgen van maximaal € 4500.

 

 

 

 

 

Identificatie werknemers


 

 

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft onlangs een stappenplan gepubliceerd aan de hand waarvan u de identiteit van nieuwe werknemers kunt vaststellen. Met het stappenplan wil het ministerie voorkomen dat u te weinig, of juist te veel moeite doet om de identiteit van nieuwe collega’s te controleren.

Iedere werkgever in Nederland heeft een verificatieplicht bij het aannemen van werknemers. U bent verplicht om de identiteit van nieuwe werknemers vast te stellen vóór ze in dienst komen. Als een werknemer niet juist geïdentificeerd is, loopt u het risico op boetes. Bovendien moet u dan voor de loonheffingen het hoge anoniementarief toepassen. De identificatieplicht kan soms best lastig zijn. U moet bijvoorbeeld ook controleren of een paspoort of identiteitskaart niet vervalst is. Om u op weg te helpen heeft een werkgroep van het ministerie een stappenplan ontwikkeld. Als u dat volgt zit u altijd veilig.

Stappenplan voor verificatieplicht

De vijf verplichte stappen zijn:
1. De werknemer moet een origineel en geldig identiteitsbewijs tonen.
2. Is hij geen Nederlander, dan moet u controleren of hij hier wel mag werken.
3. U gaat na of het identiteitsbewijs niet vervalst is.
4. U gaat na of het identiteitsbewijs wel hoort bij de betreffende werknemer.
5. U bewaart een kopie van het identiteitsbewijs in uw administratie.

 
 
 
Wilt u geen Nieuwsloket meer ontvangen klik hier
2010 © Copyright Mijneenloket.nl

Informatie aanvragen