kunt u deze e-mail nieuwsbrief niet goed lezen klik dan hier.
 
   

 


nummer 
 

06


jaar 2009
 

 
 

 

 

Nieuwsloket

                          

           eenvoudiger kunnen wij het niet maken


nieuws
 over personeel
en
salaris

 
 
Dit is een uitgave van:

 

 

         Mijneenloket.nl

 

                      Postbus 3708
                      6014 ZG  Ittervoort

In dit nummer:
 
 >  Gedifferentieerde WGA premies fors omhoog  

 >  Fitnessregeling

 >  Eindejaarstips 2009

 >  Werkkostenregeling in 2011

 >  Minimumlonen 2010

 >  Sociale verzekeringen per 2010

 

 

 

Gedifferentieerde WGA premies fors omhoog

 

In september zijn de nieuwe gedifferentieerde premies WGA gepubliceerd in de Staatscourant. Nu zijn ze ook te vinden op de website van UWV.

 

UWV berekent jaarlijks voor elke werkgever de premie voor de WGA, op basis van de toegekende uitkeringen aan hun werknemers. In het najaar ontvangen werkgevers een beslissing van de Belastingdienst met de berekening van hun nieuwe premie.
 

De Werkhervattingskas-premie (Whk) stijgt in 2010 voor de meeste werkgevers. Deze premiestijging wordt enerzijds veroorzaakt door de toename van het aantal uitkeringen en anderzijds door een te laag gehanteerd premieniveau in 2009.
 

Voor 2010 is de stijging van de minimumpremie voor kleine werkgevers het meest zichtbaar. De minimumpremie voor deze groep stijgt van 0,27% naar 0,59%. Dit betekent voor het merendeel van de kleine werkgevers (maximaal 25 werknemers) dat zij per werknemer ongeveer € 90 per werknemer meer betalen in vergelijking met 2009.  
 

 

Note: Fax of email ons de beschikking, wij zorgen dan dat deze goed verwerkt wordt..
 

Fitnessregeling

Er bleek in de praktijk onduidelijkheid te zijn rond de regeling voor de onbelaste vergoeding voor en verstrekking van bedrijfsfitness aan werknemers. De Belastingdienst heeft deze regeling daarom onlangs verduidelijkt. De fiscus ging met name in op de vraag of het toegestaan is om een tussenpersoon voor de organisatie van de fitness in te schakelen.

Zoals u weet, geldt als één van de voorwaarden voor onbelaste bedrijfsfitness dat de fitness plaatsvindt op een van de volgende plaatsen:
 

  • in een vestiging van uw onderneming;
  • in een fitnesscentrum dat de werkgever voor alle werknemers heeft aangewezen;
  • in vestigingen van één fitnessbedrijf waarmee de werkgever een overeenkomst heeft gesloten.

De Belastingdienst heeft aangegeven dat het bij de tweede optie toegestaan is om hierbij een tussenpersoon in te schakelen voor de organisatie van de fitness. Het is dan voldoende als de werkgever de fitnesslocatie aanwijst. Bij de derde optie moet de werkgever echter zelf een overeenkomst sluiten met een fitnessbedrijf, zijnde een bedrijf dat de fitness ook verzorgt. In dat geval is contact met een tussenpersoon dus niet voldoende.

 


 

Eindejaarstips 2009 voor de (salaris)administratie


Het einde van het jaar is weer in zicht en dit is traditioneel het moment om te beoordelen of uw administratie op orde is.
Houdt u vooral de voorgestelde maatregelen uit het Belastingplan 2010 in de gaten en profiteer – zo mogelijk – dit jaar nog van de crisismaatregelen. Waar moet u vóór het einde van het jaar rekening mee houden?
 

Dien op tijd aanvraag S&O in
 

De aanvraag voor de S&O-afdrachtvermindering (speur- en ontwikkelingswerk) moet vooraf en uiterlijk één volledige kalendermaand voordat de periode waarop de aanvraag betrekking heeft begint zijn ingediend. Wilt u in 2010 in aanmerking komen voor de S&O-afdrachtvermindering, dan moet uw aanvraag dus vóór 1 december 2009 bij SenterNovem binnen zijn!

Profiteer van verhoogde S&O-percentages

In verband met de slechte economische omstandigheden gelden er voor 2009 en 2010 verhoogde percentages voor de S&O-afdrachtvermindering. De afdrachtvermindering bedraagt voor deze jaren 50% (in plaats van 42%) van het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking dat ziet op S&O-werk voor zover het loon niet meer bedraagt dan € 150.000 (in plaats van € 110.000) en 18% (in plaats van 14%) voor het resterende loon. Ook het maximum van € 8.000.000 is verhoogd naar € 14.000.000 per werkgever. Voor het jaar 2010 geldt bovendien een extra verruiming. De loongrens zal dan omhoog gaan van € 150.000 naar € 220.000!

Profiteer van verruiming afdrachtvermindering onderwijs

De afdrachtvermindering onderwijs wordt volgend jaar verruimd met een nieuw onderdeel, namelijk de afdrachtvermindering voor verhoging van het opleidingsniveau van de werknemer. Als een werknemer in 2010 een opleiding start die relevant is voor zijn huidige of een toekomstige functie of een opleiding start waarmee de werknemer een hoger opleidingsniveau behaalt, dan kunt u een afdrachtvermindering van € 500 toepassen mits u ten minste de helft van de kosten voor uw rekening neemt. Profiteer hier volgend jaar van. De regeling is tijdelijk en geldt alléén voor 2010.

Levensloop of spaarloon? Kies vóór 1 januari 2010

Vraag uw werknemers nog dit jaar een (schriftelijke) keuze te maken tussen de spaarloon- of de levensloopregeling. Werknemers kunnen namelijk per kalenderjaar maar van één regeling gebruikmaken en deze keuze moet vóór 1 januari van elk jaar bekend zijn. Het is niet mogelijk gedurende het kalenderjaar te ‘switchen’.

Bied een collectieve levensloopregeling aan

Om de administratieve rompslomp met betrekking tot de levensloopregeling te beperken, doet u er verstandig aan uw werknemers een collectieve levensloopregeling aan te bieden. Hierdoor heeft u als werkgever maar met één regeling bij één externe uitvoerder te maken. Let echter op, u kunt uw werknemers niet verplichten aan een collectieve regeling deel te nemen.

Uniform loonbegrip komt eraan

Hoewel het nog even op zich laat wachten kunt u zich alvast verheugen (en voorbereiden) op een uniform loonbegrip voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen, premies werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet. Dit gaat een enorme lastenverlichting voor werkgevers opleveren. Ingangsdatum is nog niet bekend, maar in elk geval niet vóór 1 januari 2011.

Controleer id-gegevens werknemers

Controleer aan het einde van het jaar of van alle werknemers de identiteitsbewijzen op orde zijn. U bent immers behoorlijk de dupe als bij een looncontrole blijkt dat uw werknemers niet te identificeren zijn. Het controleren van het id-bewijs is overigens een serieuze bezigheid. Dit jaar benadrukte de belastingrechter nog eens dat u geen ‘paspoortexpert’ hoeft te zijn, maar wel ‘in het oog springende afwijkingen’ moet kunnen zien, zoals een scheve foto.

Twijfelt u over de echtheid van een id-document van een nieuwe werknemer, dan kunt u contact opnemen het Nationaal Bureau Document of kijk op
identiteitsdocumenten.nl. Vraag bij het eerste contact met een potentiële werknemer altijd het originele id-bewijs mee te nemen, controleer deze op onjuistheden, maak daarvan een afschrift en laat de werknemer tijdens dit contact zijn handtekening zetten. Controleer deze handtekening later ook met die op het arbeidscontact en andere documenten. U moet de kopie van het id-bewijs minimaal vijf volle kalenderjaren na het einde van de dienstbetrekking bij uw loonadministratie bewaren.

Geen correctieberichten meer

Vanaf volgend jaar worden de correctieberichten afgeschaft. Dit betekent dat vanaf 1 januari 2010 een eventuele fout in een aangifte loonheffingen over een al verstreken tijdvak in een lopend kalenderjaar niet langer kan worden hersteld door middel van het inzenden van een correctiebericht. Een dergelijke fout kan alleen nog maar worden hersteld in de eerstvolgende aangifte loonheffingen met betrekking tot dat jaar.

Jongeren met kleine baan? Geen premieplicht meer!

Bent u van plan een jongere werknemer in dienst te nemen, wacht hier dan nog even mee tot na 2010. Als er sprake is van een 'kleine baan' geldt vanaf 2010 geen premieplicht meer voor de werknemersverzekeringen en wordt bovendien de inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet op 0% gesteld. Van een kleine baan is sprake als de werknemer jonger is dan 23 jaar en het loon per maand onder een bepaald bedrag blijft. Zo geldt voor een 22-jarige bijvoorbeeld een grens van € 600 per maand. Een jaar later (per 2011) gaat een vrijstelling van loonheffing voor deze groep werknemers gelden.

Benut premiekorting oudere werknemer

Oudere werknemers kunnen u geld opleveren. Vanaf 1 januari 2009 wordt u fiscaal beloond als u een werknemer in dienst neemt die vijftig jaar of ouder is en een uitkering ontvangt. U komt dan drie jaar lang in aanmerking voor een korting van € 6500 per jaar (op basis van 36-urige werkweek) op de WW- en arbeidsongeschiktheidspremies. Werkgevers die een werknemer van 62 jaar of ouder in dienst hebben krijgen drie jaar lang € 2750 per jaar premiekorting. Vanaf 2013 wordt de premiekorting zelfs € 6500 per jaar.

Benut Europese subsidies

Is uw bedrijf geraakt door de crisis en ontkomt u niet aan massaontslag, ga dan goed na of u in aanmerking komt voor geld uit het Europees Globaliseringsfonds. Dit ‘noodfonds’ is onlangs als gevolg van de crisis verruimd. Kijk op agentschapszw.nl voor de voorwaarden en de aanvraagprocedure.

 

Houd rekening met stijging WGA-premie

Bent u een kleine werkgever – dit is het geval als u minder dan 25 werknemers in dienst heeft – en bij het UWV verzekerd, houd dan rekening met een forse stijging van de gedifferentieerde premie Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA) in 2010. Voor deze groep stijgt de premie van 0,27% naar 0,59%.

 

 

Werkkostenregeling in 2011


Bereid u voor op de werkkostenregeling

Een spectaculaire wijziging voor de loonheffing is het schrappen per 2011 van alle regels voor vergoedingen en verstrekkingen. Hiervoor in de plaats komt de ‘werkkostenregeling’. Simpel gezegd houdt deze regeling in dat u 1,4% van de fiscale loonsom mag gebruiken voor onbelaste vergoedingen en verstrekkingen. Een stuk eenvoudiger dus! Bovendien hoeft u niet meer per werknemer bij te houden om welke vergoedingen en verstrekkingen het gaat. U heeft nog een jaar om u voor te bereiden en dat is zeker nodig, aangezien alle bestaande afspraken met de Belastingdienst over vergoedingen en verstrekkingen per 2011 niet meer geldig zijn.

 

Ergens tussen 1 januari 2011 en 1 januari 2014 moet u de nieuwe werkkostenregeling invoeren. De Tweede Kamer heeft de regeling namelijk op 19 november goedgekeurd. Het is alleen nog wachten op het fiat van de Eerste Kamer. Voor u betekent dit dat u in de toekomst zakelijke vergoedingen en verstrekkingen aan werknemers op een andere manier met de Belastingdienst gaat afrekenen.
 

De aanname van het wetsvoorstel houdt in dat u binnenkort al moet gaan nadenken over wanneer u de werkkostenregeling daadwerkelijk gaat invoeren. Tot en met 2013 mag u namelijk nog kiezen om de huidige regels aan te houden. Het kan zijn dat dit voor u goedkoper uitpakt. Het is dus verstandig uw huidige systeem van vergoedingen en verstrekkingen te onderzoeken en te bepalen of u met de werkkostenregeling voordeliger uit bent of niet. Ook in het geval dat uw cao bijvoorbeeld doorloopt tot en met 2011 of 2012 is het handig dat u de mogelijkheid heeft om nog even te wachten met de invoering.
 
Er komt heel veel bij kijken
Wacht echter niet tot het laatst met de invoering van de werkkostenregeling! Het gaat immers om 29 regelingen die opgaan in het belastingvrije forfait van 1,4%. Daarbij moet u zowel de inrichting van uw administratie, uw software als de werkwijze rondom zakelijke vergoedingen en verstrekkingen aan werknemers aanpassen.

 

 

Minimumlonen 2010


Wettelijk bruto minimumloon en minimumjeugdloon per 1 januari (in euro's)

 

Leeftijd

% van het minimumloon

Per maand

Per week

Per dag

23 jaar en ouder

100

1.407,60

324,85

64,97

22 jaar

85

1.196,45

276,10

55,22

21 jaar

72,5

1.020,50

235,50

47,10

20 jaar

61,5

865,65

199,75

39,95

19 jaar

52,5

739,00

170,55

34,11

18 jaar

45,5

640,45

147,80

29,56

17 jaar

39,5

556,00

128,30

25,66

16 jaar

34,5

485,60

112,05

22,41

15 jaar

30

422,30

97,45

19,49


 

De bedragen van het minimumloon gelden voor een volledige werkweek. Meestal is dat 36, 38 of 40 uur per week. Voor wie minder uren werkt is het minimumloon evenredig lager.

 

Sociale verzekeringen in 2010
 

AOW
AOW’ers die getrouwd zijn of samenwonen hebben elk een eigen recht op een AOW-pensioen. De hoogte daarvan is gelijk aan de helft van het netto minimumloon. De AOW voor een alleenstaande bedraagt 70 procent van het netto minimumloon en dat voor een eenoudergezin 90 procent. Bij die laatste groep gaat het om pensioengerechtigden die een kind hebben jonger dan achttien jaar voor wie zij kinderbijslag ontvangen.

Voor gehuwde AOW’ers van wie de partner jonger is dan 65, gelden afwijkende regels. Normaal gesproken is het pensioen gelijk aan 50 procent van het minimumloon (de uitkering voor een gehuwde). Zoals bekend vervalt de AOW- partnertoeslag per 2015 (bruto 698,58 euro per maand). Is het recht op pensioen al ingegaan voor 1 februari 1994 dan valt de AOW’er onder een overgangsregeling en is het pensioen 70 procent van het netto minimumloon. De toeslag is dan maximaal 30 procent.

De uitkeringsbedragen per 1 januari 2010. In deze bedragen is nog geen rekening gehouden met de tegemoetkoming AOW van 34,26 euro bruto per maand. De vakantie uitkering wordt in de maand mei beschikbaar gesteld.

  Bruto per maand Bruto vakantie- uitkering per maand
Gehuwden  €    698,58      € 40,69
Gehuwden met maximale toeslag (partner jonger dan 65 jaar)  € 1.397,16      € 81,38
 Maximale toeslag  €    698,58  
 Ongehuwden  € 1.017,97      € 56,97
 Ongehuwd met kind tot 18 jaar  € 1.289  

 

AOW-pensioen ingegaan vóór 1-2-1994                                
Gehuwden zonder toeslag  (partner jonger dan 65 jaar) € 1.017,97  € 56,97
Maximale toeslag €    379,19  
Gehuwden met maximale toeslag (partner jonger dan 65 jaar) € 1.397,16  € 81,38

 

De toeslag bedraagt maximaal 698,58 euro bruto per maand. Hoe hoog de toeslag precies is, hangt af van het inkomen van de werkende jongere partner. Een deel van het inkomen wordt namelijk van de toeslag afgetrokken. Als het bruto-inkomen van de jongere partner uit arbeid hoger is dan 1253,80 euro per maand heeft de AOW’er helemaal geen recht op toeslag. Bij een inkomen in verband met arbeid (bijvoorbeeld een sociale verzekeringsuitkering) vervalt de toeslag bij 698,58 euro bruto per maand.

Het berekenen van de hoogte van de toeslag gaat als volgt:
De eerste 211,14 euro van het partnerinkomen (per maand) is vrijgesteld. Ook een derde deel van het inkomen daarboven telt niet mee. Als de partner dus 1000 euro bruto verdient, telt de eerste 211,14 euro niet mee. Ook is een derde deel van (1000-211,14) 788,86 vrijgesteld, wat uitkomt op 262,95 euro. In totaal is dan 474,09 euro vrijgesteld. Van de toeslag wordt dus 1000-474,09 = 525,91 euro per maand ingehouden.

Als het recht op toeslag voor 1 februari 1994 is ingegaan valt de rechthebbende onder een overgangsregeling en bedraagt de toeslag maximaal bruto 379,19 euro per maand. Als de partner meer verdient dan 779,93 euro bruto vervalt de uitkering. Dat geldt ook als de partner een sociale verzekeringsuitkering krijgt die hoger is dan dat bedrag.

De bij deze bruto bedragen behorende netto-uitkeringen zijn in onderstaand overzicht weergegeven. Hierbij is uitgegaan van de situatie dat betrokkenen geen aanvullend pensioen hebben.

Netto AOW gehuwden (exclusief tegemoetkoming AOW). Als beide partners boven de 65 jaar zijn, krijgen zij dus allebei de uitkering.
 

  1-7-2009 1-1-2010 Verschil
Per maand € 646,30 € 649,34 € 3,04
Vakantietoeslag €   37,71 €   37,83 € 0,12
Totaal € 684,01 € 687,17 € 3,16


Netto AOW alleenstaanden (exclusief tegemoetkoming AOW)
 

  1-7-2009 1-1-2010 Verschil
Per maand € 941,84 € 946, 21 € 4,37
Vakantietoeslag €   52,80 €   52,96 € 0,16
Totaal € 994,64 € 999,17 € 4,53


ANW
De Algemene nabestaandenwet (ANW) is een volksverzekering die recht geeft op een uitkering aan volwassenen van wie de partner is overleden. Het kan gaan om een huwelijkspartner of een partner met wie zij ongehuwd samenwoonden. De uitkering bedraagt maximaal 70 procent van het netto minimumloon. Nabestaanden die een kind verzorgen van 18 jaar of jonger waarvan een ouder is overleden, krijgen daarnaast een inkomensafhankelijke uitkering van 20 procent van het netto minimumloon. Ook weeskinderen komen in aanmerking voor een uitkering.

De hoogte van de ANW-uitkering is afhankelijk van het inkomen van de nabestaande. Uitkeringen worden er geheel van afgetrokken. Van inkomen uit arbeid blijft een deel buiten beschouwing (50 procent van het minimumloon plus een derde deel van het meerdere).

Nabestaanden die voor januari 1996 al een AWW-uitkering (de voorganger van de ANW) ontvingen, krijgen in ieder geval een bodemuitkering van 30 procent van het brutominimumloon, ook als hun inkomen hoger uitvalt dan de bovengenoemde inkomensgrens.

In onderstaand overzicht zijn de bruto ANW bedragen opgenomen. De bedragen zijn weergegeven exclusief de tegemoetkoming ANW. Deze bedraagt bruto 16,78 euro per maand.
 

  Bruto per maand Bruto vakantie- uitkering per maand
Maximale nabestaandenuitkering € 1.087,96 € 68,70
Halfwezenuitkering €   247,20 € 19,62
Wezenuitkering tot 10 jaar €   348,15 € 21,98
Wezenuitkering van 10 tot 16 jaar €   522,22 € 32,98
Wezenuitkering van 16 tot 21/27 jaar €   696,29 € 43,97


Wajong
De Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) biedt jonge gehandicapten en studenten die arbeidsongeschikt zijn een uitkering op minimumniveau. De grondslag op basis waarvan de uitkering wordt berekend gaat per 1 januari 2010 omhoog. Ook de grondslagen voor Wajong-gerechtigden beneden de 23 jaar, die worden afgeleid van de minimumjeugdlonen, worden op die datum verhoogd.

Per 1 januari 2010 zijn deze bruto grondslagen (exclusief vakantietoeslag) per dag:

vanaf 23 jaar ten hoogste € 64,72
  22 jaar ten hoogste € 55,01
  21 jaar ten hoogste € 46,92
  20 jaar ten hoogste € 39,80
  19 jaar ten hoogste € 33,98
  18 jaar ten hoogste € 29,45

Naast de Wajong-uitkering heeft elke Wajong-gerechtigde onder de 23 jaar recht op een tegemoetkoming. Deze compenseert (deels) de inkomensachteruitgang die de invoering van de Zorgverzekeringswet heeft veroorzaakt.
 

22 jaar € 1,74 Bruto per maand
21 jaar € 4,22  
20 jaar € 8,57  
19 jaar € 14,30  
18 jaar € 14,92  


Maximumdagloon (WW, WIA en WAO)
Per 1 januari 2010 worden bestaande uitkeringen verhoogd met 0,64%. De hoogte van de WW, WIA en WAO-uitkering hangt mede af van de hoogte van het laatst verdiende loon en het zogenoemde maximumdagloon. Per 1 januari 2010 wordt het maximum dagloon verhoogd van 183,15 naar 186,65 euro bruto.

Toeslagenwet en kopjes op de uitkeringen
De Toeslagenwet zorgt voor een aanvulling op een aantal uitkeringen tot het sociaal minimum. Het gaat bijvoorbeeld om de WW, WIA, WAO en ZW-uitkering. Er ontstaat recht op een toeslag als uitkeringsgerechtigde een uitkering ontvangt die lager is dan het normbedrag. De toeslag vult de uitkering aan tot het normbedrag, maar het totaal van de uitkering en toeslag samen is niet meer dan het vroegere loon.

Een toeslag op de uitkering kan worden aangevraagd bij het UWV.

De hoogte van de normbedragen per 1 januari 2010 zijn als volgt vastgesteld:
 

  ZW/WW/WAO/WIA/Wajong*
Gehuwden € 64,72
Allenstaande ouders € 61,31

 

Alleenstaanden:    
vanaf 23 jaar € 49,25
  22 jaar € 38,45
  21 jaar € 32,40
  20 jaar € 27,05
  19 jaar € 22,74
  18 jaar € 19,49


*exclusief vakantietoeslag


Premiepercentages 2010
Vanaf 2010 gelden de volgende premiepercentages. De premies volksverzekeringen (AOW, ANW en AWBZ) zijn verschuldigd door werknemers; werkgevers nemen de premies werknemersverzekeringen voor haar rekening.

Het kabinet heeft dit jaar een tweetal maatregelen genomen om de stijging van de gemiddelde sectorpremie te dempen. Door de oplopende werkloosheidsuitgaven dreigde de gemiddelde sectorpremie meer dan te verdubbelen. Besloten is de termijn waarbinnen sectoren hun tekorten moeten inlopen te verlengen van 3 naar 5 jaar. Daarnaast zijn voor 2009 en 2010 de lastenplafonds verlaagd. Werkloosheidsuitgaven boven deze plafonds komen niet ten laste van het sectorfonds.
 

  Werknemers Werkgevers
Premiepercentages    
AOW 17,90 0,00
ANW 1,10 0,00
AWBZ 12,15 0,00
WAO/WIA-basispremie (Aof) 0,00 5,70
Uniforme WAO-premie (Aok) 0,00 0,07
WGA-rekenpremie (Werkhervattingskas) 0,00 0,59
AWf-premie 0,00 4,20
ZVW-inkomensafhankelijke bijdrage  werkgevers 0,00 7,05
UFO 0,00 0,78
UFO-ERD ZW 0,00 0,72
Sectorpremie gemiddeld 0,00 1,48
Verplichte werkgeversbijdrage kinderopvang 0,00 0,34


 

  Bedragen in euro's
Max. premieloon werknemersverzekeringen per dag 186,65
Max. bijdrageloon ZVW per jaar 33.189,00
Franchise AWf-premie per dag 64,00

 

 
 
 
Wilt u geen Nieuwsloket meer ontvangen klik hier
2009 © Copyright Mijneenloket.nl

Informatie aanvragen